‘Ik kan me niet voorstellen ooit ergens anders te gaan werken’

Marjolein Pareira Gligò (41), nu pedagogisch coach, had 17 jaar geleden haar eerste werkdag bij Kindergarden. Ze was meteen thuis. ‘Ik vind het leuk dat geen dag hetzelfde is. En er is zoveel veranderd! Vroeger hadden we nog wippertjes en zware bakken speelgoed. Dat is nu ondenkbaar.’

‘Ik kan me niet voorstellen ooit ergens anders te gaan werken’

HET BEGIN IN DE KINDEROPVANG

Hoe kwam je 17 jaar geleden bij Kindergarden terecht?

‘Ik werkte destijds in een kledingwinkel. Ik had de opleiding Sociaal Pedagogische Hulpverlening gedaan en voelde er niks voor daar iets mee te gaan doen, omdat het zo op volwassenen en activiteitenbegeleiding gericht was. Dat leek me vooraf leuk, maar viel me tegen. Een vaste klant van de winkel vertelde op een dag over de lange reis die ze ging maken. Ze werkte bij Kindergarden en wilde haar werk goed achterlaten. Of het niet wat voor mij was, de kinderopvang?’

Wat dacht je?

‘Ik besloot te solliciteren. Superleuk gesprek gehad, maar ik werd niet aangenomen. Er had iemand met een bak ervaring gesolliciteerd. Het was logisch dat ze voor haar gingen.’

Hoe kwam je dan toch bij Kindergarden terecht?

‘Een maand later kwam er alsnog een plek vrij. Toen heeft de vestingsmanager me gebeld. Ze zei: kom je erbij? We gunnen je een plek bij Kindergarden. Jij past hier. We gaan je opleiden en inwerken, het komt helemaal goed. Ik ben nooit meer weggegaan.’

 

DE GROEP 17 JAAR GELEDEN

Kindergarden staat nu bekend om de prettige inrichting waar alles kind- en ontwikkelingsgericht is. Hoe was dat toen jij begon?

‘Héél anders. Er waren nog wippers, babygyms en zware bakken vol speelgoed op de groep. Dat is nu ondenkbaar. We zetten kindjes niet meer vast in wippertjes. We weten nu dat het fijn is voor een kind om vrijgelaten te worden, bewegingsvrijheid te hebben. Als je vastgezet wordt in een wippertje is dat slecht voor het ruggetje en de motoriek. We geloven dat kinderen hun lichaam moeten kunnen volgen, op een mat, lekker vrij en op hun eigen manier.’

Waarom zijn er ook geen babygyms meer? Daar kunnen ze toch heerlijk onder spelen?

‘Dat dacht ik ook altijd. Totdat ik via Kindergarden een training volde bij een pedagoog. Stel je voor dat je een baby bent en er hangt speelgoed boven je dat je net niet kunt grijpen, zei ze. Hoe zou dat zijn? We moesten echt zelf onder zo’n ding gaan liggen haha. Ik was zwanger, ik weet het nog goed, en lag klem tussen de houten poten van dat ding. Ik kwam niet bij het speelgoed, heel frustrerend. Nu begreep ik waarom kindjes na een tijd onder de babygym gaan huilen. Ze zijn dan doodmoe en kunnen niet weg. In die jaren verdwenen alle babygyms van de groepen.’

En die zware bakken vol speelgoed?

‘Die zijn vervangen door lichte bakjes met wat speelgoed erin. Een kind kan dan zelf ontdekken wat er inzit, het pakken, alles zien. In de grote bakken lag dat leuke popje waar het kind mee wilde spelen misschien wel helemaal onderin. Moest eerst een medewerker zich ongans tillen, zorgen dat die bak niet op de tenen kwam. Dat past niet bij onze visie bij Kindergarden dat kinderen zelf mogen ontdekken wat en wanneer ze willen. Nu kunnen ze op de groep hun eigen ontwikkelpad volgen, zelf op ontdekking gaan.’

We kijken samen wat er nodig is om jou gelukkig te maken op het werk
Marjolein

VAN PEDAGOGISCH MEDEWERKER TOT COACH

Sinds een paar jaar werk je als pedagogisch coach. Hoe is dat gegaan?

‘Ik heb lang met ontzettend veel plezier op de groep gewerkt. Op een gegeven moment merkte ik dat het tijd was voor iets nieuws. Ik had zin in iets anders. Tegelijkertijd wilde ik graag bij Kindergarden werken. Ik kan me niet voorstellen ooit weg te gaan omdat het gezellig, positief en prettig is hier. Bij Kindergarden mag je er zijn met al je fouten. Er wordt echt gekeken naar wat je nodig hebt om gelukkig te zijn en lekker te kunnen werken. Dat klinkt Amerikaans misschien, maar het is wat het bedrijf kleurt. Na 17 jaar voel ik me nog steeds iedere dag welkom.’

Jij had het nodig om een volgende stap te maken.

‘Klopt. Dus toen er een vacature was voor een pedagogisch coach, hoefde ik niet lang na te denken. Ik heb gevoel dat hierin alles samenkomt: wie ik ben, mijn ervaring in de kinderopvang en mijn kennis van Kindergarden. Ik heb nu verschillende vestigingen onder mijn hoede waar ik zorg dat de teams gecoacht worden. Ik kijk mee, denk mee, geef tips en energie. Toen ik zelf op de groep werkte was deze rol er niet, maar ik had ook graag iemand gzien waar je al je vragen aan mag stellen. Mijn manager deed al veel van dit, maar officieel was ze geen coach.’

Heb je een missie als pedagogisch coach?

‘Ik hoop dat ik medewerkers kan helpen onze Kindergarden-visie toe te passen. We willen graag dat kinderen in hun eigen tempo en in eigen interessegebieden kunnen groeien, zodat ze als ze vier zijn vol vertrouwen naar school kunnen. We hebben een belangrijk vak, we staan aan het begin van het leven van een kind. Dat is soms niet te bevatten.’

Wanneer ben je trots als coach?

‘Als je ziet dat je een groep hebt kunnen helpen. Ik kom twee keer per jaar op een vestiging.
Soms kom ik op een groep waar alle kinderen nog in een tuigje aan tafel zitten. Ik probeer dan samen te kijken waarom dat zo is en of de tuigjes misschien ook weg kunnen. Eerst eens eentje, later weer eentje. Als ik dan een halfjaar later kom en alles is weg, dan ben ik trots. ‘Je hebt zo goed uitgelegd zeggen ze dan vaak.’ Maar ik zeg dan dat ze het zélf hebben gedaan, ik heb alleen inzicht gegeven. Dat ik iemand heb geraakt en bewogen, dat maakt me blij.’

Wat is een tip die jezelf vaak hoort geven aan pedagogisch medewerkers?

‘Ik vertel vaak dat er geen lastige kinderen bestaan. Ik probeer collega’s zonder oordeel te laten kijken naar een kind. En ze een kans te geven. Soms hoor je iemand zeggen als we op de groep lopen: dit is een lastige. Dan probeer ik uit te leggen dat je zo niet naar een kind moet kijken. Stel je voor dat het jouw kind is waar een pedagogisch medewerker over zegt ‘dat is een vervelende’, hoe zou jij je als moeder dan voelen?’

Maar sommige kinderen zíjn toch gewoon lastig.

‘Dat vind ik dus niet. Een baby die huilt, daar moet je blij mee zijn. Huilen is communiceren. Kijk naar wat het kind ermee zegt. Heb je een lastige peuter op de groep? Draai het om. De meest temperamentvolle zijn vaak te makkelijkste, want die geven aan wat ze willen. En wat zegt die lastige peuter die steeds op de tafel klimt? Wil hij irritant zijn of lekker klimmen en klauteren? Mijn missie is pedagogisch medewerkers te leren blanco naar het kind te leren kijken. Zonder oordeel. Daarom zeg ik vaak: laat je oordeel thuis en geef het kind de best mogelijke dag.’

Zo wil je zelf natuurlijk ook behandeld worden.

‘Dat is zo. Tijdens corona had ik, voor het eerst in 17 jaar, een week dat ik écht niet wilde werken. Ik kon even niet. Mijn leidinggevende dacht meteen met me mee. ‘Dan ga je even iets anders doen,’ zei ze. ‘Werk aan de trainingen, neem anders vakantie. En als je nog steeds een nee voelt, neem je nog wat langer vakantie.’ Dat hielp me. Die langere vakantie had ik niet nodig, ik voelde me na een tijdje vrij weer opgeladen. Ik sjees nu weer lekker naar mijn vestigingen om te gaan coachen. Heerlijk!’