‘We zoeken het pedagogisch partnerschap op’

‘Ouders en kinderopvang hebben beide een rol bij de opvoeding van een kind. Ga je de opvoedsituatie van thuis combineren met die van de opvang, dan moet je samenwerken,’ zegt Mijke Visser-van Acker, beleidspedagoog van Kindergarden.

‘We zoeken het pedagogisch partnerschap op’

De kinderopvang wordt steeds professioneler en laat meer van zich horen. Dat zie je bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van het pedagogisch partnerschap. Ouders en kinderopvang hebben beide een rol bij de opvoeding, zo is de gedachte. Vertrouwen en samenwerking met elkaar zijn daarbij belangrijk. Beleidspedagoog Mijke Visser-van Acker vertelt: ‘Vanaf de eerste keer dat een kind bij ons is, moet het ervaren dat de ouders het goed vinden dat het op de opvang is. Het vertrouwen vanuit de ouders moet kortom oké voelen voor een kind. Daar ligt de basis voor de hechting die kinderen aangaan met ons als professionele opvoeders. Een kind ontwikkelt zich op allerlei gebied. Het is belangrijk om ouders daar in mee te nemen, ze te benaderen en ze te wijzen op waar wij ondersteuning nodig hebben en andersom. We proberen het pedagogisch partnerschap vanzelfsprekend te borgen. We kunnen onze pedagogisch medewerkers wel ontwikkelen, als ouders het thuis niet of gedeeltelijk oppakken of niet goed weten wat te doen, dan stopt dat proces.’

Kun je voorbeelden noemen van het pedagogisch partnerschap?

Mijke: ‘Het project Baby’s willen Bewegen is bijvoorbeeld heel succesvol geweest. Naast de scholing en coaching die onze medewerkers ontvangen, hebben we onder andere tijdens ouderavonden ouders bewust gemaakt van de zogenaamde voorkeurshouding en hoe belangrijk het is om kinderen vrije bewegingsruimte te geven. Ouders zijn zich er meer van bewust en staan open voor feedback.’

Jullie geven inmiddels ook informatie over seksuele ontwikkeling?

Mijke: ‘Klopt. De normale seksuele ontwikkeling van kinderen heeft nooit de aandacht gekregen die het verdiende. Je sprak er simpelweg niet over. Maar intimiteitsontwikkeling of seksuele ontwikkeling begint al in de buik. Je kijkt heel vaak door een volwassen bril naar het gedrag van kinderen. Een peuter of dreumes die aan het schuiven is op een stoelkruk of over de luier wrijft, daar kan nog wel eens lacherig over gedaan worden, terwijl het hoort bij de normale ontwikkeling van kinderen.’

Wat bedoel je met ‘volwassen bril’?

‘Bij kinderen roept het genoemde gedrag niet per definitie dezelfde seksuele associaties op als bij volwassenen, maar wel eenzelfde prettig gevoel. Alleen koppelt een kind er niet de seksuele beleving aan die wij als volwassenen er aan geven. Dat besef, het begrijpen dat wanneer een kind vadertje en moedertje, of doktertje speelt en een plastic thermometer toch net even iets harder tegen de billen aanduwt dan nodig, daar kun je van in de stress raken, of je kunt het zien als: een kind is aan het ontdekken. Dat laatste vertellen we ouders nu.
Ook om onze pedagogisch medewerkers te beschermen. Een kind kan een opmerking op een bepaalde manier interpreteren waardoor ouders zeggen: ‘Hé, dat komt bij jullie vandaan.’ Kinderen steken elkaar bijvoorbeeld aan als er een in z’n blote billen over de groep loopt. Kinderen doen dat nu eenmaal. Hoe gaat dat in de groep, waar stel je grenzen? En vervolgens ga je het gesprek met de ouders aan.’

Jullie gaan meer kennis delen over dit onderwerp?

‘Ja, pedagogisch medewerkers én ouders gaan we hier meer informatie over geven. Dat ook zij begrijpen wat er gebeurt. Net zoals we aandacht besteden aan motorische en cognitieve ontwikkeling, persoonlijkheids- en taalontwikkeling. Binnen de Kindergarden Academie zijn we een opleiding aan het verzorgen over seksuele ontwikkeling. We kunnen een bijdrage leveren aan een gezonde seksuele ontwikkeling van kinderen en kinderen leren om bepaalde grenzen aan te geven. Dat is goed voor nu en straks. Geen grenzen aangeven of kinderen juist beperken, dat kan later problemen opleveren. Voor die bewustwording zoeken we ook het pedagogisch partnerschap op. We hebben zoveel kennis in huis om te delen met jonge ouders.’

 

Vanaf de eerste keer dat een kind bij ons is, moet het ervaren dat de ouders het goed vinden dat het op de opvang is.
Mijke

Ik hoorde je net ook iets over slapen zeggen…

‘Hoe kunnen we ervoor zorgen dat jouw kind thuis en bij ons goed slaapt? Die kennis is er vaak niet voldoende. Een kind heeft slaap nodig om alle prikkels te verwerken en hersenverbindingen aan te maken. Slaapt een kind slecht, dan heeft het minder energie om nieuwe ervaringen op te doen en zich te ontwikkelen. Ouders die thuis een uitdaging hebben om kinderen voldoende slaap en rust te geven, en dus zelf ook slechte nachten hebben, raken vaak in een neerwaartse spiraal. Ze maken zich zorgen, zijn moe en raken geprikkeld en brengen dat over op hun kind. Daarnaast is er een groep die thuis goed slaapt en op de opvang minder. Ook daar zoek je actief het pedagogisch partnerschap op.’

Wat doe je dan precies?

‘We laten bijvoorbeeld zien hoe slaapcycli werken, en dat je een kind niet afhankelijk moet maken van bepaalde trucjes. Het merendeel van de kinderen moet leren slapen. Het is niet iets dat je automatisch vanaf de geboorte doet. Als ouder heb je daar een rol in en wij ook. Er zijn ouders die bij drie maanden hun kind naar de opvang brengen en zij die dat bij zes à negen maanden doen. We zien vrijwel altijd dat bij die laatste ouders het slapen meer problemen geeft, omdat die minder prikkels hebben gehad en slaaprituelen aangeleerd hebben. Een moeder die bijvoorbeeld op haar tenen door de gang loopt, of de stofzuiger aanzet omdat haar kind dan lekker slaapt. Dat maatwerk kunnen wij natuurlijk niet altijd bieden. Dan ga je dus in een vroeg stadium in gesprek met ouders: welke slaaprituelen pas je toe? Ga je de opvoedsituatie van thuis combineren met die van de opvang, dan moet je samenwerken. Zo hebben we een slaapcoach ingezet en een webinar over dit onderwerp aan ouders en onze medewerkers gegeven. Zowel het belang van bewegen, de seksuele ontwikkeling en het slapen laten zien dat er een professionaliseringsslag gemaakt wordt, niet alleen bij Kindergarden maar binnen de hele kinderopvang. Dat is fijn, we hebben zoveel kennis in huis om te delen met jonge ouders.’

Pedagogische projecten

De afdeling Ontwikkeling & Kwaliteit van Kindergarden is bezig met diverse projecten. Het BSO-visiedocument wordt momenteel in een nieuw jasje gestoken. We gaan meer in op vaardigheden als mediawijsheid en kritisch denken. Risicovol spel is ook een onderwerp waar we meer aandacht aan willen besteden. Er loopt ook een veldonderzoek over het peuterprogramma met aandacht voor de aansluiting met de basisschool. Volgend jaar gaan we werken met een nieuw observatie-meetinstrument – de PiB – om de kwaliteit op de groepen te kunnen meten. En tot slot is er de (door)ontwikkeling van de Meldcode. Mijke: ‘Is er sprake van een situatie thuis die zorg geeft? Krijgen wij kindsignalen waar we zorgen over hebben? Dan delen we die met de ouders en eventueel met Veilig Thuis. Ook daarbij maken we duidelijk dat we beiden – ouders en opvang – een rol hebben. Vanuit onze professie zijn we verplicht om dit gesprek aan te gaan. We zijn geen hulpverleners en oordelen niet, maar hebben wel de tools om de opvoeding een stukje makkelijker te maken.’

Duurzame kennisbasis

Jonge kinderen leren veel en snel. Van de pedagogisch professionals wordt steeds meer kennis en vaardigheden gevraagd. Pedagogisch medewerkers in de kinderopvang zijn dan ook van grote invloed op hun brede ontwikkeling. Naast alle expertise die Kindergarden al zelf in huis heeft of aan zich heeft verbonden, is er nu ook het Expertisecentrum Kinderopvang (voorheen BKK). Het werkt aan de pedagogische kwaliteit van de kinderopvang, in het belang van het zich ontwikkelende kind. Mijke: ‘Als een van de eersten heeft Kindergarden gezegd: daar investeren we in. Wie nu in de ontwikkeling van kinderen investeert, plukt daar later de vruchten van. Als ouder en als maatschappij. Kindergarden heeft toegang tot een duurzame kennisbasis voor alles waar we meer over willen weten voor de ontwikkeling van ons mooie vak.’