Babyscholing – deel 2: de kinderfysiotherapeut

Voor het werken op een babygroep heb je vanaf 2025 aanvullende scholing nodig. Kindergarden biedt nu babyscholing aan vanuit de eigen Kindergarden Academie: makkelijk toepasbaar in je dagelijkse werk, inclusief de training Baby’s willen bewegen van Nienke Bergsma. In onze drieluik over de Babyscholing praten collega’s Elisa Somsen en Danielle van der Tang je samen met bij over de ins & outs over de opleiding. Vandaag Nienke Bergsma over haar rol in de opleiding en ze geeft een paar praktische tips.

Babyscholing - deel 2: de kinderfysiotherapeut

Nienke Bergsma is vijftien jaar kinderfysiotherapeut en werkt in een revalidatiecentrum. Zij heeft de baby.skills module ontwikkeld en een kalender geschreven waarin ze ouders meeneemt in de motorische ontwikkeling van hun baby vanaf de geboorte tot de eerste, zelfstandige stap.

Bij Kindergarden is Nienke motorisch expert. Ze verzorgt trainingen en geeft tips en trucs om de senso-motoriek van baby’s te begrijpen én spelenderwijs te stimuleren.

Nienke, wat leer je tijdens jouw training ‘Baby’s willen bewegen’?

‘Om te beginnen vertel ik over de motorische ontwikkeling van baby’s, want dat krijg je als pedagogisch medewerkers niet mee tijdens je opleiding. Ik leer je een signalerende functie te krijgen om bijvoorbeeld een voorkeurshouding te herkennen of kindjes met reflux-problemen of kindjes die ernstiger problemen hebben. Als je snapt hoe de motorische ontwikkeling normaal gesproken verloopt, dan komt de voorkeurshouding er niet eens. Simpelweg omdat je tijdens je werk op de groep tijdens de ADL (Algemeen Dagelijks Leven) momenten de juiste oefeningen doet om ‘m te voorkomen.’

‘Eigenlijk leer ik je oefeningen en geef je tips die je bij iedere baby kunt toepassen. Een verschoningsmoment heb je als pedagogisch medewerker zeven à acht keer op een dag. Als je daar nu niet één maar vijf minuten per keer aan besteedt, dan kun je al zien of er een voorkeurshouding aan zit te komen. Rol een baby over links, over rechts en oefen vooral de buikligging.’

‘Tijdens deze één-op-één momenten heb je superleuk contact met de baby. Bij de allerkleinsten is er door de veranderde wetgeving een extra pedagogisch medewerker op de groep. Daardoor kun je die vijf minuten zonder problemen nemen. Voor het contact, de motoriek, maar ook voor het volgen van het kindje, het cognitieve deel, probeer ik de juiste oefeningen mee te geven– alles zit erin.’

Wat vind je het meest waardevolle moment?

‘Het oprichten van het hoofdje in zijligging. Als baby’s vanuit rugligging naar buikligging rollen, moeten ze hun hoofdje oprichten in zijligging. Dat gebeurt tussen de twee en drie maanden, en dat is hét moment waarop alle kinderen starten op het kinderdagverblijf. Alle kindjes die op de babygroep beginnen, moeten dit kunnen. Dat is echt een AHA-moment voor alle pedagogisch medewerkers. ‘Wat gaaf,’ hoor je dan. ‘Dit gaan we morgen direct proberen bij iedere baby op onze groep!’

Nienke Bergsma webinar baby.skills
37 - KG kinderen en PM _ little detail photography-37
36 - KG kinderen en PM _ little detail photography-35

Waarom moet je babyscholing zo vroeg inzetten?

‘De voorkeurshouding komt zo vaak voor: landelijk gezien bij 75 tot 80 procent van alle baby’s. Het lijkt me fantastisch als we dat percentage naar beneden krijgen. Dat betekent dat kinderfysiotherapeuten de kinderen eerder zien als er problemen zijn, dat ouders met een à twee adviezen klaar zijn, of dat kinderen helemaal niet bij een fysio terecht komen, omdat ouders en pedagogisch medewerkers snappen hoe de motorische ontwikkeling in elkaar zit. Eventuele problemen worden dus eerder gesignaleerd. Daarnaast vind ik dat alle pedagogisch medewerkers zo allround mogelijk moeten worden opgeleid, dat je ook begrijpt hoe de motorische ontwikkeling werkt.’

Wat is het resultaat van een voorkeurshouding?

‘Er kan een afplatting ontstaan van het hoofd. In een ernstig geval kan er zich asymmetrie vormen in het gezicht. Bij een voorkeurshouding ontstaat er geen schade aan de hersenen, het is puur cosmetisch.’

TWEE TIPS VAN NIENKE

  1. De allerbelangrijkste: verschoon een baby recht vooruit! Het aankleedkussen recht voor je, niet dwars naar links of naar rechts. De baby kijkt je recht aan. De eerste maand hebben vrijwel alle kindjes een voorkeur naar rechts, na een maand hoort dit te zijn verdwenen. Dat betekent dat tussen maand een en twee de kindjes je goed moeten kunnen volgen. Je daagt op deze manier tijdens zo’n acht momenten van de dag een baby uit om recht te kijken; altijd naar jou. Je dwingt als het ware om het hoofdje in de middellijn te krijgen.
  2. De buikligging is ook ongelofelijk belangrijk. Vanwege wiegendood mogen kindjes niet meer op hun buik liggen in bed en wordt deze dus niet meer gestimuleerd. Maar vanuit buikligging – spelen op je buik – gaat een kindje tijgeren en kruipen waarbij het borst- en buikspieren leert aan te spannen. Om dat proces te stimuleren kun je tussen de twee en drie maanden tijdens het verschonen een kindje omrollen naar links en rechts, en dan in dat verschoningsmoment twee keer een minuut de buikligging te oefenen. Als je dat structureel doet, komt het allemaal goed. Omdat ze dit zo vaak oefenen, gaan kinderen ook zelfstandig eerder rollen. Plus: de bewegingen die je verkrijgt op een platte onderlaag blijven het langste hangen. Geen wippers dus.’

Wat is een voorkeurshouding?

Een voorkeurshouding komt bij een op de zes baby’s voor. Driekwart van de dag kijk je als baby naar die ene kant. Die ontwikkeling sluipt erin, al na vier of vijf weken kan een baby een voorkeurshouding ontwikkelen. Ouders merken het doorgaans niet op: tussen vier en zes weken komt namelijk de eerste lach die natuurlijk de volle aandacht krijgt. De meeste voorkeurshoudingen (75 procent) zijn naar rechts. In het ergste geval kun je een afplatting van het hoofd krijgen. Hoe sneller je een voorkeurshouding signaleert, hoe sneller je er vanaf bent. Meestal zijn een paar adviezen afdoende. Als je snapt hoe de motorische ontwikkeling gewoonlijk verloopt, dan komt een voorkeurshouding er niet eens.

Je leert oefeningen en krijgt tips die je bij iedere baby kunt toepassen. Zo kun je snel zien of er een voorkeurshouding aan zit te komen. Rol een baby over links, over rechts en oefen vooral de buikligging.
Nienke Bergsma over babyscholing

Babyscholing via de Kindergarden Academie

Door de Wet IKK (Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang) komt er meer focus op het bijscholen van pedagogisch medewerkers op de babygroep. Kindergarden heeft zelf scholing ontwikkeld. Deze duurt vijf maanden en na het afronden voldoe je aan de wettelijk verplichte kwaliteitseisen en ontvang je een erkend certificaat. De afgelopen maanden hebben de eerste pedagogisch medewerkers de training als pilot gevolgd. Dit jaar volgen de overige collega’s.